Neurodiversiteit

Lijndenkers en conceptueel denkers

De term neurodiversiteit verwijst naar een andere benadering van leer- en ontwikkelingsstoornissen. Het betekent simpelweg “verschillende manieren van denken.” Deze benadering wijst de term stoornis af en ziet dyslexie, ADHD en aanverwanten eerder als een menselijke variatie in het brein. Zoals we biologische en culturele diversiteit hebben, is er ook sprake van neurodiversiteit. Het standaardbrein bestaat niet.

Aan de basis van deze visie staat het onderzoek van Dr. Shalley Shaywitz (Hulpgids dyslexie, uitgeverij Nieuwezijde: 2005) dat via MRI-scans laat zien dat mensen met dyslexie op een andere manier informatie verwerken. Mensen gebruiken in het algemeen voor taal het linkerdeel van de hersenen. Maar voor dyslectici geldt dit niet. Er ontstaat bij dyslectici bij het lezen een alternatieve route in de hersenen voor het opslaan en het terugvinden van de betekenis van woorden. Deze loopt via de rechterhersenhelft.

Shaywitz’ onderzoek geeft een indicatie dat er een voorkeur van denken is via de linker- of rechterhersenhelft. De specifieke eigenschappen van dat deel van het brein bepalen dan de manier van informatie verwerken en leren.

Deze visie werd verder uitgewerkt door Sjan Verhoeven en Gertrudie Boersen in het boek ‘Dyslexie, stoornis of intelligentie’ (2017). In dit boek beschrijven zij 2 verschillende denkstijlen, namelijk lijndenkers en conceptueel denkers.

Kwaliteiten van conceptueel denkers

Lijndenken wordt veroorzaakt door een dominantie van de linkerhersenhelft in het denken. Deze denkstijl kenmerkt zich door het denken van begin naar einde, van oorzaak naar gevolg, van hoofdletter naar punten.

De meest voorkomende linkerhersenhelft-kwaliteiten zijn:

  • Taal en woorden
  • Analytisch denken/ vermogen
  • Inductief denken (het denken van details naar het grote geheel)
  • Routine en cijfermatig werken
  • Precies en geordend werken

Bij conceptueel denkers is de rechterhersenhelft dominant in het denken en in het verwerken en reproduceren van informatie. De meest voorkomende kwaliteiten van de rechterhersenhelft zijn:

  • Beelddenken
  • Associatief vermogen
  • Deductief denken (het denken vanuit het geheel naar de details)
  • Creatief en out of the box denken
  • Sterke intuïtie
  • lorum ipsum?

Volgens Sjan Verhoeven zijn alle dyslectische mensen ook conceptueel denkers, net als mensen met dyscalculie, ADHD, autisme en hoogbegaafdheid. Andersom geldt dat niet: niet alle conceptueel denkers zijn dyslectisch.

Valkuilen van conceptueel denkers

Vaak is er ook een overlap van moeilijkheden binnen ‘neurodivergente’ breinen. Daardoor krijgen mensen vaak meerdere ‘labels’ opgeplakt.

Maar al deze gemeenschappelijke kenmerken zijn gemakkelijk te verklaren vanuit het conceptueel denken. Het wil namelijk zeggen dat zij een andere (vaak snellere) manier van denken hebben en ook prikkels op een andere manier verwerken.

Conceptueel denkers denken vaak in beelden en ideeën, hebben een totaalplaatje van het geheel, hebben veel associaties en zien ook daar de verbanden tussen. Maar als zij dat wat zij denken in woorden moeten vatten, hebben zij vaak meer tijd nodig om hun beelden te vertalen in woorden. Ze hebben ook moeite met het structureren van hun verhaal, het vertellen van begin naar einde. Ze neigen ernaar te beginnen met de kern of conclusie van het verhaal en dat geeft nogal eens verwarring bij luisteraars die dan het kader of de inleiding missen.

Daar tegenover heb je mensen die juist heel veel context en details gaan vertellen waardoor ze de kern van de zaak uit het oog verliezen.

Daarnaast hebben conceptueel denkers vaak een andere, meer diffuse vorm van aandacht. Al deze beelden en associaties zorgen immers voor een overbelasting van het werkgeheugen. Daardoor hebben zij meer moeite om een constant en regelmatig werkritme te vinden. Soms lukt het gewoonweg niet om de aandacht vast te houden en goed door te werken. Op andere dagen wordt er dan weer heel veel werk verzet in korte tijd.

Als gevolg van deze andere manier van werken/denken, voelen mensen zich al snel een buitenbeentje op school of op de werkvloer.