Faalangst

Faalangst bij conceptueel denkers

Het grootste probleem van conceptueel denkers is dat hun manier van denken niet in het systeem past. Het lijndenken vormt immers nog steeds de norm in onze maatschappij. Daardoor gaan zij heel hard hun best doen en zich overmatig aanpassen om erbij te horen, vaak zonder dat het de gewenste resultaten oplevert. 

Dit begint op school, maar kan zich op de werkvloer voortzetten. Regelmatig wordt hun manier van werken niet erkend door de omgeving. Als iemand niet goed presteert, wordt het al snel aan het karakter of de capaciteiten toegeschreven: ”hij is gewoon een beetje dom”, of “zij is niet zo ambitieus, eigenlijk een beetje lui” of “hij is niet zo’n doorzetter”,…
Daardoor ontwikkelen veel conceptueel denkers faalangst in de vorm van perfectionisme, uitstelgedrag, onderpresteren of prestatiedrang, …. Bovendien vertraagt de niet-dominante hersenhelft of wordt deze gewoonweg uitgeschakeld bij een (te) hoog stressniveau. Bij conceptueel denkers is dat de linkerhersenhelft. De linkerhersenhelft is het beste toegerust om taal te verwerken, om stappen van klein naar groot of van begin naar einde te maken, om steeds hetzelfde te kunnen herhalen (zoals woordjes leren) en logisch na te denken in overzichtelijke stappen. 

Onder spanning en stress worden bij conceptueel denkers dus de taal, de lijn, de details, de routinematigheid uitgeschakeld waardoor het conceptuele denken verandert in chaos. Het gevolg is nog meer stress, onzekerheid en faalangst! 


Om dit gevoel te ontlopen ontwikkelen mensen vaak overlevingsstrategieën: je uitschrijven uit de opleiding vlak voor de examens, dingen uitstellen omdat je er niet aan durft te beginnen, verkeerde prioriteiten leggen terwijl je eigenlijk moet studeren/werken, eten, netflix, heel veel piekeren (maar niet in gang schieten), geleefd worden door to do-lijstjes, niet kunnen delegeren, steeds voor 300% best doen, je overmatig aanpassen aan hun omgeving, altijd meer doen dan er wordt gevraagd, werk overnemen van anderen, …
Deze overlevingsmodus heeft op korte termijn een voordeel, je hoeft heel even die negatieve gedachten en die intense emoties niet te ervaren. Op korte termijn word je dan ook beloond voor deze strategie. Anderzijds levert het op lange termijn alsmaar meer problemen op. Het lijkt dan alsof je jezelf in een keurslijf hebt gewrongen om zo weinig mogelijk te voelen en zoveel mogelijk te voldoen aan de verwachtingen van buitenaf. Het gevolg is dat je alsmaar minder op jezelf durft te vertrouwen en het contact verliest met je zelf.